Joop Celis plays York Bowen

 

 

Recensie

“The finest piece among this collection is undoubtedly the Ballade No. 2, whose opening, with its impulsive, Delius-like lilt, launches a ten-minute form allowing room for some lovely contrasts of mood and figuration. Dutch pianist Joop Celis's playing is a non-stop marvel, showing no shortage of technical power and a beguiling sonority that is beautifully suited to those qualities in the music itself.”

BBC Music Magazine, March 2009

 

[…] There is little to choose between Celis and Hough’s own performance of his all-Bowen Hyperion CD: both pianists rise flawlessly to the virtuosity and rhythmic precision demanded by the music. The other major piece in Celis’s recital is the Ballade no.2, published in 1931, one of the works in which Bowen enters the shadowy regions explored by Ireland. The Short Sonata […] is the only work common to both Celis’s and Driver’s discs. Driver is a little crisper and more dynamic than Celis in the outer movements, Celis cutting slightly deeper in the slow central one. Enthusiasts for Bowen’s music will want both issues; in their different ways they do much to sustain and sharpen interest in this long-neglected figure.

Calum Macdonald

(International Piano, January/February issue 2010)

 

[…] Celis groeide uit tot een Bowen-specialist en kreeg van nota bene Chandos groen licht om de complete ‘works for piano’ op te nemen.

Inmiddels zijn we bij volume 3 waarop naast de Toccata op. 155 en de Ballade nr. 2 op. 87, die [Stephen] Hough al eerder opnam, vele werken staan die voor het eerst op cd tot klinken komen.

Terecht is dat wel, want Bowen schreef een tijdloze muziek met flarden Debussy, zuchten Rachmaninov, een vleugje jazz en vooral een mooie Engelse tongval.

Heerlijke melodische muziek zonder opzichtige romantiek die door Celis zonder opsmuk en daardoor erg goed gespeeld wordt.

Wie Bowen nog niet kent wacht een ontdekking.

Paul Janssen

(Luister, december/januari 2010)

(Uitvoering****/Registratie****)

 

On top of Dutton’s five world premiere recordings, the gifted Dutch pianist Joop Celis, on his third volume of Bowen for Chandos, offers a further five.

This selection, with a first-rate essay from Robert Matthew-Walker, covers music from 1905 (the charming Three Pieces, Op 20) to the Toccata, Op 155, written 52 years later, and is a veritable treasure chest of discoveries from “Song of the Stream” Op 94 No 1 (its opening is reminiscent of Raff’s “La Fileuse”) and the delectable three-movement Short Sonata […] to Three Miniatures, the bravura Toccata and lilting Ballade No 2 (1931).

Celis […] brings a warm-hearted glow to the music of a composer for whom he has such obvious affection.

Jeremy Nicholas

(Gramophone, March 2009****)

  

Imagine the opulence of Delius, enlivened by splashes of Grainger-like colour, with dashes of Ravelian spice, Fauréan nobility and Rachmaninovian passion thrown in, and you’ll have some idea of what to expect from this enchanting recital.

Celis plays such delights as the haunting Op. 87 Ballade and indelible Op. 94 Songs without Words with an alluring sensitivity and suppleness of phrasing.

It triumphantly confirms Bowen as one of the most unfairly neglected English masters of the last century.

Julian Haylock

Classic FM Magazin, March 2009****)

 

[…] Zijn derde Bowen-CD bevat een groot aantal plaatpremières en is

alleen daarom al belangrijk. […] Bowen mag zich postuum gelukkig prijzen met de inzet van Celis. Deze pianist heeft een gave techniek, maar vooral een prachtig toucher en een zeer muzikale wijze van fraseren. Even subliem van kwaliteit als het pianospel is de opname.

Christo Lelie

(dagblad ‘Trouw’, 30 mei 2009)

 

[…] Joop Celis vertolkt deze muziek met verve, welbespraakt élan en een natuurlijk gevoel voor tempo en frasering dat misschien wel het hartelijkst uitkomt in het trage Poco lento uit de Three Serious Dances. Ook Chandos’ superbe opname uit de Hijstekzaal van het Maastrichts Conservatorium draagt bij aan de schijnbaar onbezorgde weldaad van deze aanbevelenswaardige productie.

Elger Niels

( Pianowereld, mei 2009)

 

A magnificent CD, and a special catch to those of us who are York Bowen fans.

[…] In this piano recital by the wonderfully talented Joop Celis, obscure and formerly unrecorded works are juxtaposed with some of Bowen’s most justly famous pieces, like the Ballade No. 2, Short Sonata, and the late Toccata.

We can hear, for instance, how some of the thematic material of the second op.

81 Prelude was reworked for the op. 87 Ballade, which gives us a small window into Bowen’s creative process. Bowen’s music deserves much more technical description than I have room for in a review of this type, where performance is meant to be the key indicator of worth. In that case alone, have no fear, as Celis is a wonderfully sensitive pianist who moves to the Zen center of each of these pieces. […] Unlike many Chandos CDs, this one is engineered with clean, forward sound and a minimum of reverb.

Lynn René Bayley

(Fanfare; ArkivMusic, online)

 

De Nederlands pianist Joop Celis heeft zich op het pianowerk van York Bowen gestort.

Deze componist maakt deel uit van een onbekende, maar boeiende generatie Britse componisten-pianisten, waartoe ook Arnold Bax en Cyril Scott behoren.

Hun gloriejaren beleefden ze tijdens de eerste decennia van de vorige eeuw.

[…] Bowens stijl komt eclectisch over. Nu eens helt hij over naar de Franse school van Debussy, Ravel en vooral Fauré, dan weer doet hij denken aan Scriabin of Max Reger.
[…] De pianist Joop Celis verdient alleen lof. Ondanks Bowens vaak hardnekkig virtuoze schrijfwijze is Celis' pianospel zowel qua klank als qua frasering tot in de puntjes verzorgd. (ese)

De Standaard

(Belgisch dagblad)